Achtergrond

In 1974 begon Clair Lotus Day, een zwangere Californische vrouw, zichzelf vragen te stellen over het doorknippen van de navelstreng. Ze ging op onderzoek uit en kwam bij een gynaecoloog die haar wilde helpen. Haar zoon werd geboren in het ziekenhuis en door zijn moeder meegenomen naar huis met zijn navelstreng en placenta nog aan hem verbonden. Daarna zijn twee vrouwen ermee doorgegaan en hebben het, naar de pionier ervan, lotusbirth genoemd. Sindsdien zijn er in de westerse wereld, vooral in Australie en Nieuw-Zeeland, vele kinderen op deze manier geboren.

Dieren bijten meestal de navelstreng door en eten de placenta op. Dit is om sporen te verwijderen, maar ook voor de moeder om de goede voedingsstoffen uit de placenta tot zich te nemen. Van onderzoeken weten we dat chimpansees de navelstreng intact laten. Dat is interessant aangezien ze voor circa 99% genetisch identiek zijn aan de mens.

In vele culturen wordt de placenta geeerd en soms zelfs gezien als overleden tweelingbroertje of -zusje van het kind en ritueel begraven. Hier in Nederland wordt de placenta vaak begraven onder een boom of er wordt een boom op geplant.

Veel mensen weten niet eens dat ze de placenta mogen houden als ze dat willen. In het ziekenhuis wordt hij weggegooid als vuil als je er niet om vraagt. Hij kan ook verkocht worden voor medisch onderzoek of aan de farmaceutische industrie.